
14/04/2026
Bijzondere brieven voor WOII-veteranen: “De vrijheid van de een mag niet de vrijheid van een ander ondermijnen”
Afgelopen vrijdag ontvingen de 25 nog levende Nederlandse WOII-veteranen een persoonlijke dankbrief van Gelderse scholieren, bezorgd door ruim 20 enthousiaste vrijwilligers.
Een van hen, Niek Savert, vertelt hoe dit was.
De dag begon in het Visum Mundi in Wageningen, waar onder andere burgemeester Vermeulen stilstond bij de zesde editie van de brievenactie: “Gaan jullie na 80 jaar vrijheid nog door? Ja, natuurlijk!” Ook veteraan meneer Wilbrink was aanwezig. In gesprek met oud-deelnemers van de Brievenactie, Lotte en Ilse, vertelde hij hoe bijzonder de brieven voor hem zijn: “Het is echt een opkikker om ze elk jaar te ontvangen.” Voor de leerlingen zelf maakt het schrijven een diepe indruk: vrijheid komt zo ineens heel dichtbij.
Na het startmoment trokken de vrijwilligers het land in om de brieven persoonlijk te bezorgen. Voorzitter Tanja Haseloop gaf hen nog een boodschap mee: “Er komt een moment dat we het moeten doen met de verhalen, voor nu het nog kan dus: heel veel succes!”
Mijn eerste ontmoeting vindt plaats met Meneer van der Meer uit Borne, die actief is geweest bij de Binnenlandse Strijdkrachten in Den Haag, die vlak na de bevrijding op 5 mei opgeroepen werden in Scheveningen, voor de bewaking en ordehandhaving rondom gevangengenomen 'foute Nederlanders' en Duitsers. Hij omschrijft zijn ervaringen als een jongensavontuur (hij was 16), maar zag ook de andere kant van deze oorlog. "Het was natuurlijk een hele andere situatie dan wanneer je in een loopgraaf stond te schieten." Meneer van der Meer is ontzettend blij met de brieven, en ziet het als een goede manier om de nieuwe generatie betrokken te laten blijven met het verleden.
Mijn tweede bezoek was aan Meneer Delfos, woonachtig in Delden. Hij was actief in het verzet en later bij de marine. Hij vertelt onder meer over zijn ervaringen in de hongerwinter: "Op een fiets met houten banden reden we in de sneeuw van Laren naar Wieringermeer. Op de terugweg werden we opgeschrikt door een Engels gevechtsvliegtuig dat een Duitse vrachtwagen onder vuur nam. Ik zag zo voor mijn ogen een Duitse soldaat neergeschoten worden, je wordt op zo een jonge leeftijd met zoiets heftigs geconfronteerd." Hij vindt het een prachtig gebaar dat leerlingen hem ieder jaar een brief schrijven.
In deze brieven schrijven de leerlingen wat vrijheid voor henzelf betekent. Voor veel van hen betekent dit bijvoorbeeld kunnen spreken zonder consequenties, vrij zijn om jezelf te zijn of vrij over straat te gaan. Maar voor Van der Meer gaat vrijheid verder. "Vrijheid moet een gegeven zijn, maar het heeft ook voorwaarden. Om goede zorg voor vrijheid te dragen zijn respect en regels onmisbaar. De vrijheid van de een mag niet de vrijheid van een ander ondermijnen."